Brand heeft nauwelijks vat op hout

In 2017 koos de architect van nota bene een brandweerkazerne ervoor om de wanden, vloeren en het dak op te trekken uit massieve houtpanelen of CLT. Een na een vervallen alle argumenten tegen het gebruik van hout in gebouwen. CLT-panelen waren al bijzonder duurzaam en nu worden ze door de spuitgasten van Wilrijk ook als een brandveilig bouwmateriaal bestempeld. De normeringen geven hen alvast gelijk. Om dat te begrijpen moeten we even dieper ingaan op de begrippen ‘brandreactie’ en ‘brandweerstand’.

Brandreactie van Cross Laminated Timber of kruislaaghout

Volgens NBN EN 1350-1 behoren de onbehandelde massieve panelen tot klasse D-s2, d0. Die classificatie maakt dat onbeschermde CLT-wanden en vloeren afhankelijk van de hoogte van het gebouw, het type en de bezetting van het lokaal en de aanwezigheid van branddetectie niet in alle ruimtes is toegestaan. Parkeergarages bijvoorbeeld, technische lokalen en collectieve keukens vallen daaronder.

De Europese EN 1350-1 norm beschrijft de invloed van een materiaal op het ontstaan en de uitbreiding van een brand, wat we de brandreactie noemen. Ze onderscheidt zeven hoofdklassen, gaande van niet-brandbaar (A1) tot en met uiterst brandbaar (F). Daarnaast voorziet de normering in nog twee bijkomende klasseringen: de s- en de d-klasse. De eerste heeft betrekking op de rookontwikkeling met s1 als beste en s3 als slechtste score, de tweede gaat over de vorming van brandende druppels en deeltjes. Daar loopt de schaal van d0 tot d2. De classificatie D-s2, d0 betekent dus dat CLT een brandbaar product is (D) dat in beperkte mate bijdraagt tot de rookontwikkeling (s2), maar geen druppelvorming (d0) veroorzaakt.

Om CLT toch te gebruiken voor wanden en vloeren, ook in ruimten waar dat volgens het KB van 12/07/2012 verboden is, moeten de panelen beschermd worden met een bijkomende brandwerende plaatafwerking die voldoende brandbescherming K biedt. Denk aan gipsplaten. Want volgens de norm EN 13501-2 moeten de onderliggende lagen dan niet meer beoordeeld worden. Een alternatief vormen transparante brandwerende coatings. Zij hebben het bijkomende voordeel dat het uitzicht van de houtstructuur behouden blijft.

Brandweerstand van Cross Laminated Timber of kruislaaghout

Het tweede begrip dat we in dit verband moeten toelichten, is de brandweerstand. Die wordt gedefinieerd als het vermogen van een materiaal om gedurende een bepaalde tijdsduur zijn dragende en/of scheidende functie te blijven vervullen. Het classificatiesysteem daarvoor staat beschreven in de norm EN 13501-2 en is afhankelijk van het type bouwelement (vloer, verticale wand …) en zijn functie (scheidend, dragend…). De brandweerstand wordt uitgedrukt in minuten en is gekoppeld aan criteria, waarvan stabiliteit (R), vlamdichtheid (E) en thermische isolatie (I) de belangrijkste zijn.

Misschien een beetje contra-intuïtief, maar toch: de brandweerstand van hout is vrij goed. Die van CLT is nog beter. Dat getuigt o.a. het verhaal van het zwembad van Kortrijk.

De energie nodig om een paneel te doen ontbranden, is namelijk veel hoger dan bij een plank of een lat. Bovendien gedraagt CLT zich voorspelbaarder bij brand dan bijvoorbeeld staal, zelfs in die mate dat je de inbranding met een rekenregel kunt bepalen. Afhankelijk van de gebruikte lijm, MUF versus PU, moet je rekening houden met een inbrandsnelheid van respectievelijk 0,65 en 1,3 mm/min vanaf de tweede laag. Als je dat weet, kun je gaan spelen met de dikte en eventueel zelfs overdimensioneren. En massieve houtpanelen hebben nóg een ijzer in het vuur: ze verkolen. Onder invloed van de hoge temperaturen vormt er zich een koollaag die de binnenste houtlaag beschermt en langer intact houdt.

In België liggen de eisen inzake brandweerstand voor structurele elementen en compartimentswanden tussen REI 30 en 120, eisen die door CLT-wanden en gewelven dankzij de opgesomde eigenschappen, eventueel in combinatie met beschermingsplaten, probleemloos worden gehaald.

Meer te weten komen over de bouwfysische eigenschappen van CLT en brandveiligheid?

Wil u meer weten over hoe houtmassiefbouw kan bijdragen tot een beter klimaat?